Navigatie overslaan
MOmenz - Wijzer in Vrijwillige inzet Home
  • Voor bedrijven
Account aanmakenLog in

Contact

  • Bisonspoor 237-2, 3605 JM Maarssen, Nederland
  • [email protected]
  • 0346 29 07 10

MOmenz - Wijzer in Vrijwillige inzet

  • Vacaturebank
  • Instructievideo's organisaties
  • Instructievideo's vrijwilligers
  • Feedback op website
  • Website MOmenz
  • Compliment en klacht

Doe mee

  • Activiteiten
  • Zoek Organisaties
  • Organisatie toevoegen
  • Account aanmaken
  • Log in
  • Help
  • Content policy
  • Privacyverklaring
  • Algemene Voorwaarden

Powered by Deedmob tools

Post | september 2023 | Kennisbank vrijwilligers | 2 min lezen

De rol van een vertrouwens contact persoon: luisteren, ondersteunen en begeleiden

Door

Natasja Verhoogt
vertrouwens contact persoon

In elke organisatie, groot of klein, is het essentieel om een veilige en respectvolle werkomgeving te creëren. Een vertrouwens contact persoon (afgekort VCP) speelt een cruciale rol in het handhaven van deze sfeer door als een toegewijd aanspreekpunt te fungeren voor medewerkers die ondersteuning, advies of begeleiding nodig hebben. Maar wat houdt deze rol in?


Actief luisteren en empathie tonen

Eén van de belangrijkste taken van een vertrouwens contact persoon is het actief luisteren naar de zorgen, klachten of ervaringen van medewerkers. Dit betekent niet alleen horen wat er gezegd wordt, maar ook begrijpen en empathie tonen voor de gevoelens en situaties van de persoon. Het vermogen om zonder oordeel te luisteren is van onschatbare waarde.


Vertrouwelijkheid waarborgen

Medewerkers moeten erop kunnen vertrouwen dat wat zij delen in een vertrouwelijke omgeving blijft. Dit creëert een veilige ruimte waarin mensen vrijuit kunnen praten over hun zorgen.


Advies en ondersteuning bieden

Na het luisteren naar de zorgen van een medewerker, kan een VCP advies en ondersteuning bieden. Dit kan variëren van informeel advies over hoe om te gaan met een situatie tot het begeleiden bij het indienen van een formele klacht. Daarvoor is het van belang dat een vertrouwens contact persoon goed op de hoogte is van de interne beleidslijnen en procedures.


Documentatie en rapportage

In sommige gevallen kan het nodig zijn om meldingen te rapporteren aan het management of andere relevante partijen. Een VCP volgt hiervoor duidelijke protocollen om ervoor te zorgen dat zaken op de juiste manier worden behandeld.


Een vertrouwens contact persoon vervult een cruciale rol in het creëren van een veilige en respectvolle werkomgeving. Door actief te luisteren en een veilige omgeving te creëren dragen zij bij aan het welzijn van alle betrokkenen binnen de organisatie.


En mocht deze rol je aanspreken (of ben je al een vertrouwens contact persoon) dan is er binnenkort een training die je kunt volgen. Het NOV (landelijk platform vrijwillige inzet) organiseert een training op woensdag 27 september in Utrecht. Meer informatie en aanmelden kan via de website van NOV.

Meer informatie en aanmelden
Deel blogpost
Gerelateerde blogposts

Hoeveel vrijwilligers hebben we in Nederland?

| Kennisbank vrijwilligers

In 2019 gaf 46,7 procent van de bevolking van 15 jaar of ouder aan zich het afgelopen jaar minstens één keer als vrijwilliger ingezet te hebben voor een organisatie of vereniging. Er is sprake van een lichte daling ten opzichte van de voorgaande jaren. In 2019 waren er vooral minder vrijwilligers voor verzorging en voor levensbeschouwelijke organisaties dan in de voorgaande jaren.
Lees meer
Figuur 2: Motieven om vrijwilligerswerk te doen 2017-2019 {https://www.nov.nl/themas/wetenschap/cijfers/default.aspx]

Motivatie om vrijwilligerswerk te doen

| Kennisbank vrijwilligers

Voor vrijwilligersorganisaties zijn de vragen naar het hoe en waarom mensen vrijwilligerswerk doen waarschijnlijk de belangrijkste vragen. Met de informatie over het eerste contact, de motivatie, frequentie en tevredenheid kunnen ze hun voordeel doen. In het CBS-onderzoek is in 2017 hieraan voor het eerste aandacht besteed. De resultaten laten zien dat vrijwilligers gemiddeld 6,9 jaar vrijwilliger zijn. Het langst doen mensen vrijwilligerswerk voor de kerk, moskee of levensbeschouwelijke groepering (11,6 jaar) en het kortst voor scholen (3,9 jaar). Het trouwst in 2017 zijn ook de mensen tussen de 55-75 jaar. Van deze groep geeft meer dan 80% aan dat ze ook volgend jaar nog hun vrijwilligerswerk willen blijven doen. Voor de groep tussen de 35-55-jarigen is dat rond de 75% en daar onder neemt het sterk af. Ook boven de 75 jaar neemt het af en dat zal een gevolg zijn van de hoge leeftijd van de vrijwilligers. Ze kunnen de energie niet meer opbrengen of zijn niet langer lichamelijk in staat het vrijwilligerswerk te doen. De meeste vrijwilligers in 2017 zijn voor het vrijwilligerswerk gevraagd. Dat percentage ligt het hoogst bij sportverenigingen (59%) en kerken, moskeeën en levensbeschouwelijke verenigingen (52%). Het minst worden mensen gevraagd voor sociale hulpverlening, rechtshulp, reclassering of slachtofferhulp. De meeste vrijwilligers die voor deze organisaties actief zijn, zijn dat op eigen initiatief (71%). Voor de overige organisaties geldt dat het aantal vrijwilligers dat gevraagd is en het aantal dat op eigen initiatief vrijwilliger is geworden, vergelijkbaar is. In 2019 is opnieuw gekeken naar de motieven van de vrijwilligers en daarnaast zijn vragen gesteld over wat vrijwilligersbelangrijk vinden dat een organisatie regelt voor de vrijwilligers en de vergoeding van de vrijwilligers. Zoals zichtbaar in de grafiek vinden de meeste mensen het belangrijk dat het vrijwilligerswerk leuk is. Dat geldt voor alle sectoren behalve de verzorging, levensbeschouwelijke organisaties en sociale hulpverlening. In die sectoren vinden mensen het belangrijker ‘iets voor een ander te doen’ dan dat het vrijwilligers leuk is om te doen. Opvallend is dat iets meer dan een kwart van de vrijwilligers het ‘een plicht vindt’ om zich vrijwillig in te zetten. Die verplichting is voornamelijk groot bij het vrijwilligerswerk in relatie tot wonen (38,8%), binnen politieke organisaties (38,1%), levensbeschouwelijke organisaties (35,1%), school (32,9%), vakbond (32,3%) en sportverenigingen (31,4%). Slechts een klein percentage geeft aan dat het vrijwilligerswerk de ‘kans op een baan vergroot’ (5,1%). Die geldt dan voor vrijwilligers binnen de sociale hulpverlening (13,0%) en de politieke organisaties (10,0%). Voor jongeren zijn sociale contacten, nieuwe dingen leren en meer kans op een baan belangrijkere motieven dan voor ouderen. De sociale contacten zijn ook voor de mensen boven de 65 jaar belangrijke motieven vrijwilligerswerk te doen, naast een zinvolle tijdsbesteding die voor die groep ook een belangrijke motivatie is om vrijwilligerswerk te doen. Lees meer over deze feiten en de daadwerkelijke percentages in het originele artikel op de website van het NOV. Hierin staat ook vermeld op welke literatuur deze feiten gebaseerd zijn.
Lees meer
Figuur 3: Wat belangrijk is dat de organisatie regelt voor vrijwilligers [https://www.nov.nl/themas/wetenschap/cijfers/default.aspx]

Wat moet geregeld zijn?

| Kennisbank vrijwilligers

Uit onderzoek onder vrijwilligers is gebleken dat de vereniging of de organisatie waarvoor zij vrijwilligerswerk doen de volgende zaken goed gereld moet hebben. Een goede organisatie van het vrijwilligerswerk Het geven van complimentjes of een bedankje Duidelijk beleid Scholing vrijwilligers Jaarlijks uitje feestavond Cadeau/attentie als blijk van waardering Financiële vergoeding Voor vrijwilligers in de sociale hulpverlening is scholing belangrijke dan voor vrijwilligers bij andere organisaties. Dat er een financiële vergoeding tegenover staat is voor vrijwilligers bij de vakbond en politieke organisaties weer belangrijker dat voor vrijwilligers bij andere organisaties. Vrouwen vinden het veel belangrijker dan mannen dat een organisaties een compliment of een bedankje geeft. De jongeren, mensen met een lagere opleiding en mensen met een uitkering vinden het belangrijker dan de andere bevolkingsgroepen dat er een financiële vergoeding tegenover het vrijwilligerswerk staat. Lees meer over deze feiten en de daadwerkelijke percentages in het originele artikel op de website van het NOV. Hierin staat ook vermeld op welke literatuur deze feiten gebaseerd zijn.
Lees meer